De alvleesklier is een langgerekte trosvormige klier. Bij volwassenen is de alvleesklier ongeveer 12 tot 15 centimeter lang en ongeveer 1 tot 3 centimeter dik. 
De alvleesklier ligt boven in de buik, linksachter en vlak voor de wervelkolom. Boven de alvleesklier bevinden zich de maag en dunne darm.

De alvleesklier kan in 3 delen worden opgedeeld :

  • De ‘kop’ van de alvleesklier
  • Het ‘lichaam’ van de alvleesklier
  • De ‘staart’ van de alvleesklier

Aandoeningen aan de alvleesklier

De aandoeningen worden hierna onderverdeeld in 3 hoofdgroepen :

1. Acute Alvleesklierontsteking

Een acute alvleesklierontsteking (pancreatitis) is een kortdurende of tijdelijke ontsteking van de alvleesklier. De alvleesklier maakt enzymen aan, die helpen bij de spijsvertering. Normaal gesproken worden deze enzymen pas actief als ze in de dunne darm aangekomen zijn. Ze helpen daar bij de vertering van het voedsel. Soms gaan de enzymen echter al aan het werk als ze nog in de alvleesklier zitten. Het weefsel van de alvleesklier wordt dan langzaam door zijn eigen enzymen ‘verteert’, met als gevolg dat de alvleesklier acuut gaat ontsteken.

Veel voorkomende oorzaken van acute alvleesklierontsteking

  • Galstenen

    Door galstenen kan de afvoergang van de alvleesklier naar de darmen verstopt raken. De alvleesklier raakt dan ontstoken.
  • Overmatig alcoholgebruik
    Alcoholgebruik kan de alvleesklier triggeren en een verhoogde kans op pancreatitis geven.
  • Roken
    Roken triggert de alvleesklier, omdat door te roken de alvleesklier te weinig zuurstof krijgt en kan gaan ontsteken.
  • Een stofwisselingsziekte
    Zoals een te hoog kalkgehalte of triglyceridegehalte in het bloed.
  • Een virusinfectie
    Bijvoorbeeld de bof.
  • Bijwerking van medicijnen
  • Familiare aanleg 

    Deze erfelijke vorm komt sporadisch voor.
  • Een complicatie van een operatie

    Voorbeelden : ERCP of endo-echografie onderzoek
  • Een ongeval waarbij de alvleesklier beschadigd raakt

Meestal komt een acute ontsteking van de alvleesklier binnen enkele dagen tot weken weer tot rust. Hierbij kan de alvleesklier volledig genezen. In sommige gevallen ontstaat er blijvende schade aan de alvleesklier. Bij ongeveer een op de dertien mensen met acute alvleesklierontsteking ontstaat uiteindelijk een chronische alvleesklierontsteking.

Een alvleesklierontsteking kan oedemateus of necrotiserend zijn:

Oedemateuze alvleesklierontsteking

Bij een oedemateuze alvleesklierontsteking is de alvleesklier opgezwollen doordat vocht (oedeem) zich ophoopt in of rondom de alvleesklier. Bij ongeveer vier van de vijf patiënten is er sprake van deze vorm van alvleesklierontsteking. De vooruitzichten zijn gunstig, omdat het vocht meestal weer spontaan verdwijnt.

Necrotiserende alvleesklierontsteking

Bij een necrotiserende alvleesklierontsteking sterft een deel van het alvleesklierweefsel of het vet rondom de alvleesklier af. Dit afsterven van weefsel heet necrose. Bij deze vorm is de kans groot dat een bacterie zich in het afgestorven weefsel gaat nestelen en er een infectie optreedt. Eén op de vijf patiënten heeft deze ernstige vorm van een alvleesklierontsteking.

Klachten en symptomen bij acute alvleesklierontsteking

Acute en hevige pijn boven in de buik is de meest kenmerkende klacht bij acute alvleesklierontsteking. Mensen hebben de neiging om door de pijn voorovergebogen te gaan zitten met opgetrokken knieën (foetushouding). De pijn kan uitstralen naar de rug, de zij en de schouders. Daarnaast komen klachten voor als een verminderde eetlust, misselijkheid en braken. Er kan ook sprake zijn van koorts en een versnelde ademhaling. Na een maaltijd nemen de klachten vaak toe.

2. Chronische alvleesklierontsteking

Als de huisarts denkt dat er sprake kan zijn van een chronische alvleesklierontsteking, vindt er doorverwijzing naar een MDL-arts (maag-darm-leverarts) in het ziekenhuis. Deze zal lichamelijk onderzoek en aanvullend bloed- en urine onderzoek laten verrichten. Met behulp van onderstaande onderzoeken kan de diagnose worden gesteld. Vaak is een combinatie van onderzoeken nodig:

Bij een gezond persoon wordt meer dan 93 procent van de ingenomen vetten opgenomen in het lichaam. Als dit percentage lager is, kan dat wijzen op een chronische alvleesklierontsteking. In de ontlasting kan ook het ‘elastase’ gemeten worden. Dit is een enzym dat door de alvleesklier geproduceerd wordt. Deze waarde geeft aan hoe goed de spijsverteringsfunctie van de alvleesklier nog is.

Dit is een vorm van echografie waarbij het echoapparaat vastzit op een flexibele slang (endoscoop). De arts brengt deze slang via de mond en de slokdarm naar de maag en het eerste deel van de dunne darm (de twaalfvingerige darm). Met dit onderzoek kan de arts een beeld vormen van de alvleesklier, de galwegen en de alvleeskliergang. Eventuele afwijkingen zoals verwijde galwegen, cystes of stenen kunnen zo worden opgespoord.

Een CT-scan is een beeldvormend onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van röntgenstralen. Een MRI-scan is een beeldvormend onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een magnetisch veld. Een MRCP is een speciale MRI-scan waarmee ook de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier bekeken kunnen worden. Met een CT-scan, MRI-scan of MRCP kunnen allerlei afwijkingen van de ontstoken alvleesklier nauwkeurig in beeld worden gebracht. De arts krijgt zo een beeld van de ernst van de ontsteking en kan zien of er vochtcollecties zijn.

Dit onderzoek wordt niet gebruikt om de diagnose chronische pancreatitis te stellen, maar kan wel worden gebruikt om de gevolgen van de aandoening in kaart te brengen. Een tekort aan vitamines kan zo worden vastgesteld. Ook kan het suikergehalte in het bloed worden gemeten. Als de ontsteking lang aanwezig is, kan diabetes (suikerziekte) ontstaan. Bij patiënten met chronische pancreatitis is dat vaak diabetes type 3c.

Behandeling van chronische alvleesklierontsteking

De behandeling van chronische alvleesklierontsteking is gericht op het bestrijden van symptomen en de behandeling van complicaties. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking en de klachten bepaalt de arts welke behandeling je krijgt. Hieronder worden de meest gebruikelijke behandelingen toegelicht:

De pijn bij chronische alvleesklierontsteking kan het dagelijks leven flink ontwrichten. De arts kan medicijnen voorschrijven om de hevige buikpijn te bestrijden. Vaak is er een pijnteam, bestaande uit in pijn(blokkade) gespecialiseerde anesthesisten. Dit pijnteam kan helpen bij het uitstippelen van een goede pijnbehandeling. Daarnaast worden er vaak enzymsuppletie voorgeschreven, waardoor de werking van de alvleesklier wordt ondersteund. Ook kan er medicatie voorgeschreven worden om het suikergehalte in het bloed te reguleren (diabetesmedicijnen). Als er sprake is van botontkalking (osteoporose), kan er calcium-D3 worden voorgeschreven.

Alvleesklierpatiënten doen er verstandig aan om geen alcohol te drinken en niet te roken. Verder is het advies om gezond en gevarieerd te eten en voldoende te drinken. Het is vaak niet nodig om vetten helemaal uit het menu te schrappen, omdat medicijnen de alvleesklierenzymen aanvullen.Toch wordt aangeraden om niet te veel vet te eten, omdat dit klachten als pijn en vettige diarree kan geven. Soms is het nodig om extra vitamine D te nemen.

Als pijnmedicatie niet voldoende werkt, is in sommige gevallen een endoscopische behandeling (ERCP) mogelijk. Artsen proberen dan met een slang (een endoscoop) via de mond een verstopping van de alvleesklier te verhelpen. Deze ingreep neemt bij een deel van de patiënten de pijn weg of verlicht de pijn. Vaak is meer dan één endoscopische behandeling nodig. Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een stent in de afvoergang, waardoor de afvoer van alvleeskliersap kan verbeteren en de pijn afnemen. Soms kunnen ook eventuele verkalkingen via een ERCP vergruisd worden.


Soms is een operatie nodig om littekenweefsel te verwijderen of om ernstige pijnklachten te bestrijden. Een operatie kan ook nodig zijn om het alvleeskliersap goed door te laten stromen naar de dunne darm. Daarbij wordt de afvoergang van de alvleesklier opnieuw met de dunne darm verbonden. Soms moet daarbij ook een deel van de alvleesklier verwijderd worden.

3. Alvleesklierkanker

Alvleesklierkanker is veelal een levensbedreigende aandoening. Het is een agressieve soort kanker die vaak pas in een laat stadium klachten geeft. De diagnose alvleesklierkanker wordt in Nederland bijna 3.000 per jaar gesteld (2021 : 2.931).

Er zijn verschillende soorten alvleesklierkanker, afhankelijk van het type weefsel waaruit de tumor ontstaat. Een adenocarcinoom komt het vaakst voor (95%). Dat is een tumor in de afvoerbuisjes. Deze tumor zit vaak in de kop van de alvleesklier en wordt daarom ook wel een pancreaskopcarcinoom genoemd.

Naast het adenocarcinoom kunnen er nog andere meer zeldzame soorten tumoren in de alvleesklier ontstaan. Zoals bijvoorbeeld neuro-endocrine tumoren (NET). Het voert te ver om alle soorten tumoren hier gedetailleerd te beschrijven.

In en rondom de kop van de alvleesklier kunnen ook tumoren ontstaan die niet afkomstig zijn van het alvleesklierweefsel zelf. Een tumor kan bijvoorbeeld ontstaan in het weefsel van de Papil van Vater (kanaaltje tussen de kop van de alvleesklier en dunne darm), in het bovenste deel van de dunne darm (de twaalfvingerige darm) of in het onderste deel van de grote galbuis. Soms kan zelfs met weefselonderzoek niet precies worden bepaald uit welk type weefsel een tumor in of rond de kop van de alvleesklier is ontstaan. In dat geval spreken we van een periampullaire tumor.

Mogelijke oorzaken

De precieze oorzaak van alvleesklierkanker is onduidelijk. Net als bij andere vormen van kanker zijn er een aantal risicofactoren bekend die een rol kunnen spelen bij het krijgen van alvleesklierkanker. Aanwezigheid van risicofactoren hoeft niet te betekenen dat de aandoening ook daadwerkelijk ontstaat.

Leeftijd speelt een belangrijke rol bij de ontstaan van alvleesklierkanker. Patiënten met alvleesklierkanker zijn gemiddeld ouder dan 65 jaar.


Een chronische alvleesklierontsteking (pancreatitis) verhoogt het risico om alvleesklierkanker te ontwikkelen.

Alcohol is geen directe risicofactor voor alvleesklierkanker, maar overmatig alcoholgebruik kan wel leiden tot leverproblemen en pancreatitis. Dat kan dan vervolgens weer leiden tot het ontstaan van alvleesklierkanker.


Gebleken is dat in 5 tot 10 procent van de situaties een erfelijke aanleg een rol te spelen bij het ontstaan van alvleesklierkanker. Er is in principe sprake zijn van erfelijke aanleg als meer dan 2 directe familieleden alvleesklierkanker hebben. In die situatie wordt overlegd met een specialist of screening van familieleden nodig is.

Klachten en symptomen

Alvleesklierkanker veroorzaakt in het begin veelal nog geen klachten. Klachten ontstaan vaak pas als de tumor zich al flink heeft uitgebreid. Hierdoor wordt alvleesklierkanker vaak pas laat ontdekt. Er zijn vaak wel vroege tekenen, maar die zijn soms erg vaag.

De aard van de klachten is afhankelijk van de plaats op de alvleesklier (kop, lichaam of staart) en de grootte van de tumor en van stoornissen in organen die door de tumor zijn aangetast. De klachten ontstaan over het algemeen pas als de tumor is doorgegroeid in een ander orgaan of in de zenuwbanen rondom de alvleesklier.

Een tumor in of rond de kop van de alvleesklier wordt door eerder optredende klachten (geelzucht) vaak vroeger ontdekt dan een tumor verderop in de alvleesklier.

De meest voorkomende klachten en symptomen die kunnen wijzen op alvleesklierkanker:

In het begin hebben veel mensen nog geen pijn. Als de ziekte zich uitbreidt en er sprake is van uitzaaiingen, kan er wel pijn ontstaan. Bijvoorbeeld pijn in de bovenbuik of middenrug.

Een alvleeskliertumor kan de doorgang van galweg belemmeren. Hierdoor hoopt galstroom zich op in het bloed en in de huid. Dat geeft een gele kleur van de huid en het oogwit.

Een alvleeskliertumor kan darmproblemen veroorzaken. Wees alert op veranderingen in de samenstelling (diarree of constipatie), de hoeveelheid en de kleur van uw ontlasting.

Plotseling snel afvallen kan een van de symptomen zijn die wijst op alvleesklierkanker.

Diabetes Mellitus (suikerziekte) kan ontstaan als gevolg van alvleesklierkanker. Door een minder goed functionerende alvleesklier en een tekort aan insuline kan een vorm van suikerziekte optreden. In sommige gevallen kan suikerziekte ook een verhoogd risico geven op het ontstaan van alvleesklierkanker.

Wanneer er klachten zijn die mogelijk wijzen op alvleesklierkanker, is het verstandig om op tijd naar de huisarts te gaan. De huisarts luistert naar de klachten en kan overgaan tot lichamelijk onderzoek. Als de huisarts vermoedt dat er iets mis is met de alvleesklier, zal deze doorverwijzen naar een specialist in het ziekenhuis. Meestal is dat een MDL-arts (maag-lever-darmarts). Deze specialist zal het lichamelijk onderzoek herhalen en aanvullende onderzoeken (laten) verrichten.

Diagnose

Om een diagnose te kunnen stellen, start de arts een lichamelijk onderzoek aanvullend bloedonderzoek. De bevindingen kunnen leiden tot een vermoeden van alvleesklierkanker. Op basis van dat vermoeden dient verder onderzoek plaats te vinden. Er zijn meerdere onderzoeken mogelijk, die al naar gelang het belang kunnen worden uitgevoerd.

Dit is een niet belastend onderzoek met geluidsgolven. De geluidsgolven maken een afbeelding van de alvleesklier met de eventuele tumor en uitzaaiingen.

Met dit bijzondere röntgenonderzoek kunnen de alvleesklier en omliggende organen en weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Er wordt een serie foto’s gemaakt die tezamen een goed beeld te zien kunnen geven van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Meestal wordt bij dit onderzoek via een infuus contrastvloeistof in de bloedbaan gespoten.

Dit onderzoek is vergelijkbaar met een CT-scan. In plaats van röntgenstralen wordt echter bij een MRI gebruik gemaakt van een magneetveld. Ook bij dit onderzoek wordt soms contrastvloeistof ingespoten voor een meer gedetailleerde afbeelding.

Een MRCP is een MRI-scan van de galwegen en de alvleesklier. Het is een veilig en niet-belastend onderzoek dat vaak gebruikt wordt in plaats van een ERCP.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van een endoscoop waaraan een echografieapparaatje is gekoppeld. Dit apparaatje zendt geluidsgolven uit. Van de door de diverse weefsels teruggekaatste golven wordt een afbeelding gemaakt. Op deze afbeelding is te zien of en hoe ver de tumor is doorgegroeid in het weefsel dat in de nabijheid van de alvleesklier ligt.

Met behulp van dit endoscopische onderzoek kan een afsluiting van de galgang of van de afvoergang van de alvleesklier door een tumor worden aangetoond. Een flexibele slang (de endoscoop) wordt via de mond, slokdarm en maag tot bij de Papil van Vater in de dunne darm geschoven. Via de endoscoop wordt een contrastmiddel in de afvoergang van de alvleesklier of galgang gespoten om een duidelijke afbeelding te maken. Door de endoscoop kan een instrument in de richting van de tumor worden geschoven. Hiermee kan een biopt uit de tumor worden gehaald voor verder pathologisch onderzoek.

Soms is een laparoscopie (kijkoperatie) noodzakelijk om uitzaaiingen aan te tonen. Tijdens deze behandeling is het mogelijk om weefselbiopten te nemen voor verder pathologisch onderzoek.

Back To Top